Terug

Meten

Item 1-21 van 21 in totaal item(s)

Meten = weten!

Meten is een ruim begrip als het gaat om de kalveropfok, maar erg belangrijk om inzicht te krijgen in de opfok. Met behulp van meetinstrumenten krijgt u inzicht in de kwaliteit van de biest, de bereiding van de melk, de veroorzaker van diarree, de temperatuur en de groei van het kalf. Allerlei meetgegevens die inzicht geven in uw kalveropfok. Dus meten = weten! 

Verzamelde meetgegevens geven een goed beeld van de resultaten binnen uw kalveropfok. Het kan hierbij gaan om de kwaliteit van de biest, juiste bereiding van de melk, de veroorzaker van de diarree, de temperatuur van het kalf of de groei van het kalf. Allemaal meetgegevens die inzicht geven in uw kalveropfok. Kortom meten is weten!

Resultaten van het meten geven inzicht in de groei van uw kalveren 

Na de cijfers van kalversterfte zijn gewichtstoename en groei tijdens de opfokperiode de belangrijkste KPI’s(kritieke prestatie indicatoren) om te achterhalen wat het resultaat is van de kalveropfok. Het lichaamsgewicht alleen geeft niet de volledige voedingsstatus van een volgroeide vaarskalf weer. De ontwikkeling van een vaarskalf wordt beter geëvalueerd als de gewichtsmetingen aangevuld worden door metingen van het skelet, zoals de schofthoogte of kruishoogte. De hoogte van het vaarskalf geeft inzicht in de groei van het skelet, terwijl het lichaamsgewicht de groei van organen, spieren en vetweefsel in kaart brengt. 

Kalveren kunnen gemonitord worden op verschillende wijzen:  

  1. Schofthoogte meten: deze meting staat in relatie tot de kalvergrootte en het gewicht. 
  2. Borstomvang meten: met behulp van meetlinten kan de omvang de borstkas gemeten worden, om zodoende het gewicht te schatten. 
  3. Kruishoogte meten: deze meting geeft informatie over de groei van het dier. 

Het bijhouden van de groei is van belang om groeivertraging of een groeidip gedurende de kalveropfok te voorkomen. 

Meten van de biestkwaliteit 

Echter een goede start van het kalf begint bij een optimaal immuunsysteem met behulp van biest. De concentratie antistoffen in de biest is namelijk van levensbelang voor een goede start van het kalf. Het meten van de biestkwaliteit is de eerste stap van een gedegen biestmanagement. 

De kwaliteit van de biest is direct gekoppeld aan het drogestof gehalte. Hoe meer drogestof, hoe beter de kwaliteit van de biest. Gewone koemelk bevat 12,5% drogestof, terwijl bij biest wordt gestreefd naar een drogestof gehalte van meer dan 25%. Het meten van de drogestof gehalte kan met behulp van een refractometer

Het regelmatig meten van de biest geeft inzicht in de mogelijke variaties van de hoeveelheid antistoffen binnen de huidige veestapel. Met deze kennis kunt u maatregelen treffen, of krijgt u juist bevestiging van de juiste aanpak.